Tips voor een veilige rit op de bike

Motorrijders ...

... zijn kwetsbare weggebruikers. In 2017 vielen er 7 dodelijke ongevallen met motoren te betreuren op de Luxemburgse wegen. Volgens verschillende studies is het risico op een dodelijk ongeval voor motorrijders zevenmaal hoger dan dat van bestuurders van andere voertuigen.

In de lente, wanneer het motorseizoen weer begint, zijn veel motards vaak lange tijd niet op de baan geweest en missen zij wat praktijkervaring. Voor veel mensen is motorrijden bovendien een hobby die slechts af en toe beoefend wordt, bijvoorbeeld tijdens het weekend of bij mooi weer. Hierdoor overschatten de meeste motards hun eigen rijvaardigheid en lopen zij een verhoogd risico op ongevallen.

Motorrijders zijn vaak niet zo goed zichtbaar voor automobilisten, het is moeilijk hun snelheid in te schatten, ze bevinden zich vaak in de dode hoek van auto’s en motoren hebben meer ruimte nodig dan een voertuig met vier wielen (zowel in bochten als bij ontwijkingsmanoeuvres).

Het is dus erg belangrijk voor motorrijders om steeds defensief te rijden! Dit geldt des te meer bij aanvang van het motorseizoen, wanneer de meeste motorrijders een beetje praktijkervaring missen.

Algemene tips voor motorrijders:

  • Matig uw snelheid.
  • Anticipeer op remmanoeuvres en wees steeds klaar om te remmen.
  • Heeft u voorrang? Wees voorzichtig en neem uw voorrang niet blindelings.
  • Wees steeds bedacht op fouten van andere weggebruikers in het dagelijks verkeer.
  • Kijk beter één keer te veel in uw achteruitkijkspiegel dan te weinig. Enkel opzij kijken volstaat niet aan kruispunten en op- en afritten van snelwegen: kijk naar beide kanten en achter u om de situatie perfect te kunnen inschatten.

Zoals elk jaar begeleidt de Politie van het Groothertogdom Luxemburg u met haar eigen motorbrigade. Wij staan klaar om u advies en raad te geven, maar blijven uiteraard waakzaam en zullen bestuurders beboeten die zich niet aan de wegcode houden.

Voor uw vertrek

De combinatie “mens, machine en weg” kan tot ongevallen leiden, maar dat hoeft uiteraard niet het geval te zijn! Om het nieuwe motorseizoen goed aan te vatten moeten machine EN mens goed voorbereid zijn.

Informatieverwerking, voertuigcontrole en gevaarherkenning en -ontwijking zijn sleutelwoorden wanneer mens en machine samen de weg opgaan. Maar eerst en vooral moet men een aantal noodzakelijke voorbereidingen treffen.

Ontwaken uit de “winterslaap”

Bij aanvang van het seizoen, na een lange winterpauze, moet u eerst uw rijvaardigheden weer opfrissen. Concreet dient u alleen – zonder bijrijder dus – rij- en remoefeningen te doen tijdens het weekend op een grote en rustige openbare ruimte (zoals een lege parking). Daarna kan u enkele korte ritten plannen en, indien mogelijk, een veiligheidscursus volgen.

Ook uw motor moet rustig kunnen ontwaken uit zijn “winterslaap”. Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste aandachtspunten:

  • Controleer het niveau van alle vloeistoffen: benzine, olie, koel- en remvloeistof (wij raden aan de remvloeistof volledig te vervangen bij aanvang van elk motorseizoen).
  • Is de ketting goed gesmeerd? Is de spanning in orde?
  • Controleer de spanning van de batterij.
  • Er zijn toch nergens lekken? Geen vochtige cilinders in het motorblok?
  • Moeren en bouten aanschroeven indien nodig.
  • Controleer visueel de remleidingen: is er voldoende en goed vloeibare remvloeistof?
  • Controleer en reinig de bougies en vervang ze indien nodig.

Bijzondere aandacht dient geschonken te worden aan de remmen en banden (profiel en druk).

Banden en remmen

De banden en remmen zijn twee motorcomponenten die in gevaarlijke situaties het verschil kunnen uitmaken tussen een ongeval en een geslaagd noodmanoeuvre.

Een korte remafstand kan letterlijk een kwestie van leven of dood zijn. Een optimaal remmanoeuvre hangt af van de correcte remtechniek (achteraan-vooraan), de rijomstandigheden (nat, droog) en de snelheid. Het remvermogen verschilt ook naargelang u alleen of met een bijrijder onderweg bent.

Voor elke rit moet u het remsysteem van uw motor controleren (net als de lichten en claxon trouwens). Vooral wanneer het nieuwe motorseizoen begint, raden wij aan om enkele remoefeningen te doen op een grote openbare ruimte, zoals een parking.

Over het algemeen moet u voor de start van elke rit steeds de voor- en achterremmen controleren. Belangrijk is dat u aanvoelt waar de grens tussen remmende/blokkerende wielen zich bevindt. Als u een correcte remtest doet voor u vertrekt, kan u meteen ook de wegtoestand inschatten (bijv. vroeg in de ochtend, risico op ijzel). Indien u iets of iemand vervoert, leert u zo ook de lastverdeling op uw motor aanvoelen.

In deze context geldt de volgende vuistregel: hoe zwaarder de belasting, hoe groter het vereiste remvermogen.

Indien u van plan bent een motor aan te schaffen, kies dan steeds voor een exemplaar met een antiblokkeersysteem. Met een ABS-systeem is de remafstand korter. Daarnaast biedt ABS nog enkele voordelen: een blokkerend wiel kan leiden tot stabiliteitsverlies, te sterk remmen op het voorwiel kan leiden tot verlies aan stuurvermogen…

Om veilig met de motor te rijden moeten ook de banden in goede toestand verkeren. De banden vormen het enige contact met de weg en als motard heeft u er slechts twee! Een motorband heeft minder grip dan een autoband en de kleinste imperfectie aan de rijweg kan ernstige gevolgen hebben. Het wettelijk voorgeschreven minimumprofiel (1,6 mm) is, zoals het woord al aangeeft, een minimum. Goede motorbanden moeten eigenlijk een profiel hebben van ongeveer 2,5 mm. De bandendruk moet overigens elke week gecontroleerd worden. Over het algemeen moet de achterband 0,2 bar meer hebben indien de motor 2 personen vervoert. Op de snelweg geldt de regel van “0,2 bar meer” in elk geval voor beide banden en, indien de motor belast is, moet men daarbij nog eens 0,2 bar extra tellen voor de voorband en zelfs 0,4 bar voor de achterband.

Opgelet: meet de bandendruk wanneer de banden koud zijn. Een goede ophanging, goede remmen en goede banden maken allen deel uit van uw veiligheidskit.

Het is belangrijk rekening te houden met de hogere spanningswaarden indien u iets of iemand vervoert op uw motor.

Klaar voor de start

Het motorseizoen is begonnen. Rijplezier en veiligheid kunnen gerust hand in hand gaan.

Jezelf goed beschermen begint met de juiste (motor)kleding:

Het is lente, de zomer is in aantocht… De hogere temperaturen mogen dan wel erg verleidelijk zijn om een T-shirt, short of lichte schoenen aan te trekken, toch hebben deze kledingstukken geen enkele plaats in de kleerkast van een verantwoordelijke motard. Stevige schoenen die op zijn minst de enkels omsluiten, een lange broek, een jekker, een riem, een sjaal, handschoenen en uiteraard een helm (bij voorkeur een integraalhelm) zijn onontbeerlijk.

Als motard is het ook verstandig kleding met fluorescerende of reflecterende elementen te dragen. Veiligheidshesjes of felgekleurde kleding maken u als motard beter zichtbaar voor de andere weggebruikers tijdens druk verkeer of hevige regenbuien. Om veiligheidsredenen is het belangrijk heldere kleuren te kiezen die goed contrasteren met de verkeersomgeving (geen uniforme zwarte kleding dus).

De airbagvest 

Intussen zijn er al enkele fabrikanten die airbagvesten aanbieden. Het merendeel van deze vesten werkt volgens hetzelfde basisprincipe: bij een val zorgt een slagpin ervoor dat de vest in een mum van tijd wordt opgepompt met gecomprimeerd gas dat zich in een hogedrukpatroon bevindt. Dit systeem verbetert de bescherming van vitale delen van het menselijk lichaam, zoals de halswervels, ruggengraat, de lumbale delen, borstkas en het abdomen.

In het begin van het motorseizoen zijn de andere weggebruikers nog niet gewend aan de aanwezigheid van motards. Wees u hiervan bewust.

Oproep aan automobilisten:

  • Wees aandachtig voor fijne, minder zichtbare silhouetten: dat zijn motorrijders die u kruisen. Wees extra aandachtig bij T-kruisingen.
  • Onderschat de snelheid en acceleratie van motoren niet.
  • Motoren zitten vaak in uw "dode hoek"; even snel kijken in de achteruitkijkspiegel volstaat niet, u moet echt uw hoofd omkeren en over de schouder achteromkijken.
  • Verander niet plotseling of hevig van rijstrook.

Tips voor motards:

  • Verminder uw snelheid en wees klaar om te remmen tijdens onvoorspelbare verkeerssituaties.
  • Heeft u voorrang? Vertrouw hier nooit blindelings op, rijd defensief!
  • Vermijd de "dode hoek": haal andere weggebruikers kordaat maar veilig in of blijf erachter. Blijf zeker niet op dezelfde hoogte naast het andere voertuig rijden.
  • Houd er voor elke bocht rekening mee dat een voertuig in omgekeerde richting kan komen aanrijden en dat dit voertuig de bocht wel eens zou kunnen afsnijden! Kortom, steeds rechts aanhouden!
  • Aan kruispunten of T-kruisingen: houd rekening met de andere weggebruikers die naar links afslaan!
  • Pas op aan uitritten van parkings en garages!
  • Bij files, vertraagd verkeer en veel rijstrookwissels (weefgedrag): nooit blindelings voorbijsteken, er kan op elk ogenblik en op elke plaats plotseling een autoportier opengaan. Inhalen in de file op de snelweg is verboden.
  • Wegmarkeringen en rioolroosters kunnen glad zijn, vooral bij slecht weer.
  • Denk ook aan de kwaliteit van uw gezichtsvermogen en pas uw bril aan: een gevaar op de weg zie je als eerste met je ogen, je ogen zijn dus je eerste verdediging!

Rijden in groep

Om in groep te rijden moet u:

  • Uw rijgedrag aanpassen.
  • Discipline hebben.
  • Erg hoffelijk en geduldig zijn.
  • Tolerant zijn.

Elke uitstap gebeurt onder leiding van een toergids:

  • De toergids is verantwoordelijk voor de hele uitstap (m.a.w. het traject, snelheid en stopplaatsen) en mag nooit ingehaald worden!
  • Hij bepaalt de volgorde: de „zwakste“ motard (m.a.w. de minst ervaren motorrijder of de persoon met de minst krachtige motor, zoals een beginner) rijdt op de tweede plaats, meteen achter de toergids.
  • De toergids verlaagt de snelheid op het juiste ogenblik bij het naderen van kruispunten en stads- of dorpskernen.
  • De toergids mag enkel stoppen of rechtsomkeer maken op plaatsen die hiervoor voldoende ruimte bieden voor de hele groep en waarbij het verkeer niet wordt gehinderd.
  • De toergids moet het rijtempo en traject kiezen. Bij voorkeur gaat het om een mooie route die sportief rijden mogelijk maakt, zodat het voor de meeste deelnemers een interessante rondrit is.

Er is tevens een begeleidende motard die steeds als laatste in de groep rijdt:

  • Deze persoon mag nooit iemand inhalen, dit om te vermijden dat deelnemers achterop raken.
  • Hij kent de route, stopplaatsen en bestemming.
  • Een foute snelheidskeuze vooraan in de groep voelt men vooral in de achterste geledingen van de groep. Daarom moet de laatste motard een geroutineerd motorrijder zijn en beschikken over een voldoende krachtige machine.

De groep blijft te allen tijde rijden tussen deze twee personen:

  • Iedereen volgens zijn eigen rijvaardigheden en persoonlijke inschatting.

Voor iedereen

  • Wees verantwoordelijk en pas uw snelheid aan aan de verkeersomstandigheden!

In groep

  • Er wordt steeds ‘in verband’ gereden, m.a.w. de toergids rijdt aan de linkerkant van de rechter rijstrook (bijna in het midden van de weg), de 2de motor aan de rechterkant van deze rijstrook (rechts van de weg), de 3de aan de linkerkant, de 4de aan de rechterkant, enz. (op rechte stukken). Hierdoor is er meer ruimte tussen de motards, wat veiliger is.
  • In bochten is het rijden ‘in verband’ niet alleen ongepast, het is zelfs gevaarlijk.
  • U moet steeds een minimale (en aangepaste) veiligheidsafstand respecteren. Wanneer men te dicht op elkaar rijdt, ontstaat het risico op tunnelvisie en vergroot de kans op ongevallen.
  • Een te grote afstand kan er daarentegen toe leiden dat de groep (al te zeer) uitgerekt wordt of dat andere weggebruikers zich vermengen met de groep.
  • Tijdens de rit is inhalen binnen de groep ten strengste verboden. 
  • De volgorde van de motards mag enkel en na akkoord van de toergids worden gewijzigd na tussenstops.
  • Iedereen is verantwoordelijk voor de motorrijder achter hem.

Wanneer de motard achter u te ver achterop blijft:

  • Verlaag de snelheid en wacht aan het volgende kruispunt, de volgende splitsing of elke plaats waar u moet afslaan.
  • Als u achterop raakt, hoeft u dus niet alles te riskeren om tot elke prijs bij de rest van de groep te blijven. Aan een rood stoplicht, stopbord of in andere vergelijkbare situaties moet u dus gewoon stoppen en geen verboden of gevaarlijke inhaalmanoeuvres uitvoeren.
  • Immers: aan het volgende kruispunt, splitsing of afslag zal mijn voorligger in de groep mij opwachten (dat hoeft niet noodzakelijkerwijs de hele groep te zijn), zodat ik niet verloren raak.

Iedereen is zelf verantwoordelijk voor zijn/haar inhaalmanoeuvres

  • Iemand inhalen vergt een goed inschattingsvermogen van alle betrokkenen.
  • Het inhalen moet snel gebeuren (terugschakelen). Het kan zijn dat de motard achter u mee wil inhalen!
  • Keer na het inhalen zo snel mogelijk terug naar uw rijstrook, zodat de motard achter u dat ook meteen weer kan.

Dus: geef iedereen die aan het inhalen is voldoende ruimte om terug te keren naar zijn rijstrook!

  • Verlaag eventueel de snelheid om de afstand met uw voorligger te vergroten, zodat de motard die u voorbijsteekt ruimte heeft om in te voegen.
  • Kijk tijdens of na herhaaldelijke inhaalmanoeuvres achterom om u ervan te vergewissen dat iedereen kan volgen!
  • Zorg ervoor dat de persoon achter u voldoende afstand bewaart tijdens het inhalen (laat u niet ‘op de hielen zitten’) en voer nooit gevaarlijke manoeuvres uit.
  • Verlaag uw snelheid na het inhalen indien nodig, zodat de hele groep tijd krijgt om opnieuw mooi in formatie te rijden.

Ten strengste verboden: racen op de openbare weg!

Andere voorschriften

  • Geef elke richtingswijziging op tijd aan en verlaag tijdig uw snelheid bij het binnenrijden van stads- of dorpskernen.
  • Zorg ervoor dat de groep in stads- of dorpskernen compact in formatie rijdt.
  • Stop in groep en met twee motards naast elkaar aan kruispunten, stoplichten, stopborden (minder plaats nodig, snel vertrekken in groep).
  • Geef voldoende ruimte aan de motard(s) achter u en groepsleden die achterop zijn geraakt.
  • Laat ruimte wanneer de groep door auto’s opgesplitst wordt.
  • Rijd compact in formatie (geen gaten laten vallen / alle beschikbare ruimte optimaal benutten).
  • En vooral: keer onmiddellijk terug naar “uw” oude plaats (oude volgorde).

Veiligheid op de weg is belangrijker dan de eenheid van de groep!

In noodgevallen:

  • Stop zonder het verkeer te hinderen. Vermijd dat iedereen samen (in formatie) stopt en daarbij de rijweg blokkeert.
  • Iedereen moet rechts van de rijweg halt houden en een veiligheidsafstand ten opzichte van zijn voorganger respecteren.
  • Slechts één persoon mag rechtsomkeer maken, alle anderen moeten wachten.
  • Indien het te lang duurt, moet u uw rit voortzetten tot de volgende stopplaats, waar iedereen halt kan houden en kan parkeren.

Voor het vertrek

  • Elke motor zou moeten vertrekken met een volle tank.
  • Verwittig de toergids indien dit niet het geval is.
  • De afstand van elke etappe mag niet langer zijn dan het bereik (de actieradius) van de motor met de kleinste tank.
  • Deel het bereik van uw motor dus mee aan de toergids.

Wanneer de groep tankt, tankt iedereen!

Denk eraan:

Iedereen is zelf verantwoordelijk voor zijn rijgedrag (ook en vooral tijdens inhaalmanoeuvres). Laat u door andere groepsleden nooit verleiden tot risicovol gedrag!

Indien de snelheid te hoog is, indien u zich opgejaagd of zelfs achtervolgd voelt, laat dit dan weten aan de toergids, zodat hij u een andere plaats in de groep kan geven.

Als iedereen deze regels volgt en respect heeft voor elkaar, rest ons nog één ding: wij wensen u fantastische – en vooral veilige – motorritten toe!

Last update